‘ZEEBURG MAKEN WE SAMEN’
VOORWOORD
Zeeburg is een prachtig stadsdeel met drie zeer verschillende wijken die elk om een eigen benadering vragen. De levendige en veelkeurige Indische Buurt, het mooie wonen aan het water in het Oostelijk Havengebied en het pionierseiland IJburg met haar populaire stadsstrand. Elke wijk kent echter ook specifieke problemen: armoede, werkeloosheid en overlast in de Indische Buurt, een gebrek aan allerlei voorzieningen in het Oostelijk Havengebied (discussie Fountainhead) en de verdere ontwikkeling van IJburg.
Wij willen dan ook de verkiezingen ingaan met een representant uit alledrie de wijken op de eerste drie plaatsen.
CDA-Zeeburg wil voor de periode 2006-2010[1]:
- een samenleving waarin respect, zorg voor elkaar, verantwoordelijkheid en duurzaamheid centraal staan.
- dat maatschappelijke- en levensbeschouwelijke organisaties als wezenlijk en waardevol worden beschouwd, en ook zo veel mogelijk worden ingeschakeld bij de samenleving.
- dat de bewoners voor zichzelf kunnen zorgen, maar als dat nodig is ook voor familie, vrienden en de gemeenschappen waartoe zij behoren, zodat we allemaal verantwoordelijkheid kunnen en willen zijn voor de kwetsbaren in Amsterdam.
Besturen zoals wij dat willen gaat over meer dan alleen de vraag hoe we de centen verdelen . Amsterdammers hebben zorgen, ergernissen en wensen, waarvoor ze meer gehoor willen vinden bij de Amsterdamse politiek en haar bestuurders. CDA-ers luisteren naar mensen en durven duidelijke, en soms ook pijnlijke, keuzes te maken. We gaan daarbij uit van de mogelijkheden die Amsterdam en Amsterdammers te bieden hebben en niet van beperkingen.
Dat leidt tot een politiek programma met zes thema’s:
- Veiligheid en burgerschap.
- Onderwijs
- Welzijn en zorg
- Natuur en milieu
- Wonen
- Werken en mobiliteit
Een overkoepelend begrip in ons program is duurzaamheid. Daarmee bedoelen wij dat de generaties na ons, minimaal dezelfde mogelijkheden moeten hebben en keuzes moeten kunnen maken om zichzelf te kunnen ontplooien en in behoeften te voorzien zoals wij dat nu kunnen. Dat betreft alle beleidsterreinen, en betekent dat wij daarin verder willen kijken dan tot onze generatie(s) alleen.
Het CDA wil een Zeeburg waarin Zeeburgers elkaar de ruimte geven, elkaar respecteren en ondersteunen. Waarin veel kan, maar niet alles. We willen samenleven: verantwoordelijk, meelevend, behulpzaam voor wie niet kan, streng voor wie niet wil.
1. VEILIGHEID EN BURGERSCHAP
De problematiek:
Amsterdam is een stad om trots op te zijn. Toch zijn sinds de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh grote spanningen in onze stad zichtbaar geworden. Dit wordt versterkt door internationale gebeurtenissen zoals de aanslagen in New York en Madrid, en de oorlogen in Afghanistan en Irak. De hierdoor naar boven gekomen spanningen bleken al langer onder de oppervlakte aanwezig te zijn. De politiek heeft deze feiten echter te lang genegeerd.
De radicalisering bijvoorbeeld van een klein deel van de allochtone jeugd is zorgwekkend. Het is dan ook noodzakelijk dat deze groep nauwlettend in de gaten wordt gehouden. Aanzetten tot geweld en haat tegen de samenleving waarin men leeft moet aangepakt én voorkomen worden. Meedoen aan deze samenleving moet dan ook centraal komen te staan.
Momenteel behoort Zeeburg en in het bijzonder de Indische Buurt tot de gebieden met de meeste drugsoverlast (overgewaaid uit Zuidoost). Het onveiligheidsgevoel scoort nog altijd te hoog. Het stadsdeel moet dan ook als eerste stappen ondernemen om hier verbetering in aan te brengen. Dat kan door duidelijker aan te geven wat de spelregels zijn van het maatschappelijk verkeer, de preventieve aanwezigheid van wijkagenten en toezichthouders in de openbare ruimte en het strikt handhaven van regels.
Veiligheid is echter niet alleen een taak van de overheid. In de strijd tegen de grote en kleine criminaliteit moet de politie kunnen rekenen op de steun van het publiek. Voorkomen is beter dan genezen. Onderdeel van het veiligheidsbeleid is daarom ook het bevorderen van burgerschap.
Burgerschap richt zich op alle bewoners en bevolkingsgroepen van Amsterdam. Het begrip heeft een veel grotere betekenis dan voor veiligheid alleen. Het gaat erom dat ieder de verantwoording draagt voor het eigen gedrag, voor het gedrag van groepen waartoe hij behoort en slechts op een positieve wijze wordt betrokken bij wat er in onze stad gebeurt. Burgerschap is participatie van alle burgers. Het is daarmee ook een breder begrip dan integratie en minder vrijblijvend dan alleen ‘de boel bij mekaar houden’. Burgerschap staat en valt bij goed onderwijs. In de paragraaf onderwijs wordt er daarom op teruggekomen.
Wat wil het CDA?
1. Vertrekpunt is dat participatie in de samenleving voorop staat, niemand staat aan de kant. Ook van bijstandsgerechtigden wordt gevraagd te participeren in de vorm van vrijwilligerswerk.
2. Ook integratie begint met participatie in de samenleving. Het stadsdeel dient dit ook uit te stralen in haar beleid. Vooral het subsidiebeleid wordt hierop gericht.
3. Taalachterstanden aanpakken en voorkomen door een groter aanbod van taallessen.
4. Het netwerk van maatschappelijke en levensbeschouwelijke organisaties actief betrekken bij het sturen en het begeleiden van de bevolkingsgroepen naar een hechte samenleving. Benadering van maatschappelijke- en levensbeschouwelijke organisaties en instellingen als een verrijkend element van de samenleving en niet als splijtzwam.
5. Omdat kennis van andere culturen essentieel is bij het verhelpen en bestrijden van problemen moet ervoor worden gezorgd dat bij politie, de sociale dienst en alle andere belangrijke instanties deze kennis aanwezig is.
6. Expliciteren van stadsetiquette: hoe we met elkaar om gaan en hoe we rekening met elkaar houden.
7. De politie dient op wijk- en buurtniveau altijd zichtbaar op straat aanwezig te zijn. Waar dat de veiligheid verbetert, worden cameratoezicht en preventief fouilleren toegepast.
8. De informatie-uitwisseling tussen politie, justitie, ambtenaren en ‘buurtvaders/ moeders’ verbeteren en uitbreiden. (In de “Jeugd en Veiligheidsaanpak’ worden hiervoor goede voorbeelden gegeven.)
9. Draaideurcriminelen, maar ook de buurt terroriserende jongeren krijgen een directe, als het moet dagelijkse, aandacht van de politie.
10. Terugbrengen van het aantal coffeeshops in Zeeburg. Geen coffeeshop op IJburg.
11. Een blowverbod op speelplaatsen en pleinen, waar ook al alcoholverboden gelden.
12. Organisaties van vrijwilligers, mantelzorgers, (kerkelijke) opvanginstellingen maximaal en via subsidie ondersteunen.
13. Namen van veroorzakers van hardnekkige overlast worden in eigen kring bekend gemaakt. Zo nodig wordt de bewegingsvrijheid ingeperkt door een straatverbod of een ‘avondklok’.
14. Het opvangbeleid van kwetsbare groepen en personen gaat uit van resocialisatie en vermindering van overlast.
15. Adequate opvang en intensieve begeleiding van harde kern jongeren en personen die dreigen af te glijden naar het criminele pad. De succesvolle groepsbenadering uit de Jeugd- en Veiligheidsaanpak wordt daartoe definitief in de hele stad ingevoerd.
16. Actieve bestrijding en vervolging van iedere vorm van discriminatie, vreemdelingenhaat, de maatschappij ondermijnende (religieuze) antiwesterse propaganda/radicalisering en uitsluiting van groepen en personen. Dit betekent onder andere aanpak van discriminatie in het uitgaansleven, screening van de door de gemeente gesubsidieerde organisaties en training van de politie in het aanpakken van discriminatie.
17. Lik-op-stuk beleid tegen drugsoverlast. Een actieve benadering van de verslaafden door zorginstanties.
18. Bestrijding huiselijk geweld blijft een prioriteit. Vertrouwenspersonen vanuit de sociale netwerken rond daders en slachtoffers en religieuze gemeenschappen, worden ingezet bij het terugdringen van huiselijk geweld.
19. Burgers, instellingen en bedrijven worden aangespoord meer verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid van de eigen woon-, werk- en leefomgeving. Bijvoorbeeld door een model-huurovereenkomst tussen verhuurders en huurders waarin onder meer het bestrijden van geluids- en andere overlast wordt voorkomen door wederzijdse rechten en plichten vast te leggen.
20. Stimulering van actief buurtwerk door alle bevolkingsgroepen (opbouwwerk en buurtbudget).
21. Ouders worden direct aangesproken op het (criminele) gedrag van hun kind. Zij, en zij alleen dragen hiervoor de eerste verantwoordelijkheid.
2. ONDERWIJS
De problematiek
Onderwijs is een sleutel voor maatschappelijk succes in onze (kennis)samenleving. Elk talent moet worden benut. Achterstanden in het onderwijs moeten daarom zo vroeg mogelijk worden opgespoord en bestreden. De focus van het onderwijs moet gericht zijn op talentontwikkeling en, op de kansen van kinderen en jongeren om te kunnen slagen op de arbeidsmarkt.
Een groot probleem is het hoge aantal kinderen dat van de basisschool afkomt met onvoldoende taalbeheersing. Soms zijn ouders in het geheel niet bij het onderwijs van hun kinderen betrokken, en zij weten dan bijvoorbeeld niet eens waar de school van hun kinderen staat. Ook is de schooluitval op het VMBO zorgwekkend hoog. Dit alles vormt een groot probleem voor de Amsterdamse samenleving. Vandaar dat het belangrijk is dat het van voorschool tot hoger onderwijs niet alleen gaat om het signaleren van problemen maar ook om het creëren en benutten van kansen.
Wat wil het CDA?
1. Alle scholen die achterstallig onderhoud kennen opknappen.
2. Bijdragen aan een goed schoolklimaat van ‘binding en regels’ door bijvoorbeeld brede schoolconcepten met o.a. aparte ouderlokalen te ondersteunen. Er wordt hiervoor in iedere wijk een infrastructuur opgezet. Bestaande geldstromen voor kinderopvang en naschoolse opvang worden daarom samengevoegd. Duidelijke gedragsregels op scholen voor bestuur, leiding, docenten en leerlingen. Naast de reguliere lesuren worden activiteitenuren aangeboden voor o.a. cultuur, sport, ontspanning en reizen.
3. Voorscholen realiseren voor de jongste kinderen met een taalachterstand. Deelname door het grootste deel (80%) van de 2,5 tot 4-jarigen aan de voorschool, waarbij het door de ouder(s) deelnemen aan een taal- of ander participatietraject verplicht is. Kindplaatsen op peuterspeelplaatsen voor kinderen zonder achterstanden moeten gewaarborgd blijven.
4. Het onderwijsveld ondersteunen in het vormgeven aan modern burgerschap in een duurzame samenleving.
5. In het openbaar onderwijs zorgen voor zeggenschap van ouders in de schoolbesturen, bijvoorbeeld door voor ouders twee vaste plekken in het schoolbestuur op te nemen.
6. Ouderavonden worden verplicht bijgewoond. Oudercontracten op scholen waarin onder andere goed onderwijs, goede informatievoorziening, ondersteuning door de ouders van de pedagogische schoolprincipes en ouderbetrokkenheid bij schoolactiviteiten worden vastgelegd.
7. Door een gemengd woningbouwbeleid gemengde scholen mogelijk maken. Scholen moeten een afspiegeling zijn van de wijk waarin ze staan. Waar dat niet zo is wordt met dubbele wachtlijsten voor scholen gewerkt, dus zowel een allochtone als een autochtone wachtlijst waarvan om en om een kind geplaatst wordt.
8. Zorgen voor het behoud van het veelzijdige aanbod in openbaar en bijzonder onderwijs. Dit is immers een verrijking van de stad.
9. Het openbaar onderwijs verzelfstandigen.
10. Kinderen staan centraal in het beleid en niet de instellingen.
11. ‘Modern burgerschap en levensbeschouwing’ wordt een verplicht vak op alle Amsterdamse scholen. Kennis hiervan geeft namelijk inzicht in elkaar en anderen, en is dus van belang voor de vorming.
De scholen worden gevraagd te verantwoorden hoe zij dat als thema behandelen, waaronder de bijdrage die daarmee geleverd wordt aan emancipatie en integratie, leefgedrag en stadsmilieu. Zij dienen ook expliciet te zijn in hun identiteit.
In de gemeentelijke financieringsvoorwaarden aan scholen wordt daarom het geven van het vak ‘modern burgerschap en levensbeschouwing’ standaard opgenomen (zonder daarbij in de onderwijsinhoudelijke bevoegdheid van de schoolbesturen te treden).
12. Jongeren tot 23 jaar met een uitkering worden verplicht een leerwerktraject te volgen: leerwerkplicht.
13. In de nabijheid van scholen worden coffeeshops verboden.
14. Meer kennisoverdracht in het onderwijs over de basiswaarden van onze samenleving en het historisch bewustzijn, kennis van de vaderlandse geschiedenis, en vooral ook de praktische uitwerking: maatschappelijke regels, stadsetiquette en sociale vaardigheden.
15. Nadrukkelijker aandacht binnen bestaande onderwijsprogramma;s, zoals natuur- en milieu-educatie, voor de veranderingen in de stedelijke samenleving door de druk van de grenzen van het milieu.
16. Het uitwisselen van leerlingen tussen de scholen van verschillende levensbeschouwingen.
3. WELZIJN EN ZORG
De problematiek
Nog teveel mensen in Zeeburg leven geïsoleerd, met weinig sociale contacten, te weinig geld en geen vaste plaats in of zelfs maar contacten met de Amsterdamse samenleving. Dat moet veranderen door projecten op buurtniveau waarbij de weg terug naar de samenleving weer in zicht komt.
De komst van een Voedselbank in de Indische Buurt geeft een zorgwekkend signaal af. Zeeburg zal zich in de komende periode dan ook extra moeten gaan richten op burgers die amper meer hun hoofd boven water weten te houden.
Mensen verdienen steun van de overheid om in een steeds complexere samenleving hun weg te vinden. Welzijnsbeleid biedt die mogelijkheid. Het stadsdeel moet zich in haar beleid richten op die mensen die zich niet zelfstandig kunnen redden, en jaarlijks zorgdragen voor voldoende mogelijkheden om de weg in de Amsterdamse samenleving terug te vinden. Alle voorzieningen, voor ouderen, kinderen, gehandicapten moeten efficiënt op de vraag worden toegesneden.
Gelukkig kent Amsterdam ook nog steeds een groot netwerk van mensen, met veel actieve ouderen maar ook veel jeugd en jongeren, en ook instellingen die met buitengewoon veel inzet hart tonen voor de stad en haar inwoners. Deze vrijwilligers vormen hiermee het cement in onze samenleving. Zij verdienen speciale aandacht bij het vormgeven van het welzijnsbeleid.
Wat wil het CDA?
1. Woonvoorzieningen worden, ook in aantal, afgestemd op de zorgbehoefte. Bij woon- en zorgvoorzieningen in de stad, (inclusief Wonen in een Beschermde Omgeving en Minder Valide woningen) wordt specifiek rekening gehouden met de wensen en behoeften van ouderen.
2. In het Oostelijk Havengebied zijn er te weinig zorg- en welzijnsvoorzieningen. Het stadsdeel dient de komst van een gezondheidscentrum te stimuleren. Een jongerencentrum dient spoedig een plek te krijgen in de wijk. De voorzieningen voor ouderen en de toegankelijkheid ervan moeten snel ontwikkeld worden.
3. Voor IJburg is er een tekort aan gelden voor zorg en welzijn. Hier moet structureel meer op worden ingezet. Het ambitieuze project “Een wijk zonder scheidslijnen” mag niet in de kiem gesmoord worden.
4. De clustering van de jongerencentra in het Karrewiel moet gepaard gaan met strikte handhaving in de omliggende openbare ruimte. In het gebouw wordt alle ruimte geboden aan de jongeren, daarbuiten moet iedereen bijdragen aan een leefbare situatie.
5. Jeugdland moet toegankelijk blijven voor alle inwoners van het stadsdeel. Hierbij moet samenwerking met een private partij, met de nodige voorwaarden, niet worden uitgesloten.
6. Kinderen en jongeren zelf de inrichting van speelplekken laten kiezen.
In plaats van wipkippen om de 500 meter en auto’s die de speelplek versperren zijn creativiteit en fantasie het uitgangspunt (een speelwildernis waarbij je zelf wat kunt ontdekken!). Aan kinderen en jongeren wordt gevraagd wat zij leuk vinden. In het Oostelijk Havengebied wonen meer kinderen dan gepland. We moeten hier dus zoeken naar creatieve oplossingen.
7. Hulp bieden bij de opvoeding door ouder(s) van vooral jonge kinderen, om ervoor te zorgen dat ook zij een goede start kunnen maken. Dit kan onder meer door:
-De samenwerking tussen de ontelbare organisaties die zich met deze gezinnen bezighouden te verbeteren. Nu gaat dat nog te vaak fout, waardoor kindermishandeling maar ook geweld in het gezin onopgemerkt blijft. En dat terwijl geweld achter de voordeur de meest voorkomende vorm van geweld in Amsterdam is.
-Kinderen (en jongeren) uit gezinnen waarvan ouder(s) zich geen raad weten met de opvoeding worden ondersteund door een versterking van activiteiten op straat gecombineerd met een cursus "opvoeden doe je zo".
-Voor de kleinste Amsterdammers komt er op buurtniveau een ouder-kind centrum.
- Actief hulp bieden aan de kinderen die opgroeien in een gezin dat op of onder de armoedegrens leeft. Anders staan zij vanaf het begin op een achterstand die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven.
8. Gezondheidsproblemen voorkomen, door meer geld vrij te maken voor sport en sportvoorzieningen, zodat kinderen en ouderen gestimuleerd worden te sporten.
9. Het aantal plaatsen voor dak- en thuislozen in psychiatrische instellingen uitbreiden en de nacht- en dagopvang kwalitatief en kwantitatief verbeteren door te zorgen voor menswaardige faciliteiten met voldoende personeel, langere openingstijden en dagbestedingactiviteiten.
10. Laagdrempelige opvang voor verslaafden in de Indische Buurt met zorgmogelijkheden en dagelijkse activiteiten. Een gebruikersruimte zonder bovengenoemd aanbod keuren wij af.
11. De helpende hand bieden aan huishoudens die niet of zeer moeilijk kunnen rondkomen, door hulp- en steunvoorzieningen op wijkniveau. Bijvoorbeeld door maatschappelijke dienstverlening, schuldhulpverlening, huursubsidie en gratis sportvoorzieningen.
12. Waar nodig ondersteunt de gemeente mensen actief, zodat zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen voor familie en vrienden die hulp en ondersteuning nodig hebben. Dit kan bijvoorbeeld in de zin van parkeervrijstellingen of tijdelijke vrijstelling van sollicitatieplicht.
13. Organisaties van vrijwilligers, mantelzorgers, (kerkelijke) opvanginstellingen dienen maximaal en via subsidie door de gemeente te worden ondersteund.
14. Integraal jeugd- en jongerenbeleid voeren: dus van werkgelegenheid tot aan huisvesting, onderwijs en welzijn.
15. Een sluitend activiteitentraject: meer mogelijkheden voor jongeren om in de eigen buurt te sporten, voldoende speelplaatsen en/of speeltuinverenigingen, digitale trapveldjes, wijkgerichte theaterprojecten, een bibliotheekaanbod met voldoende nieuwe media en aantrekkelijke uitgaansgelegenheden.
16. Een vrijwilligersbeleid dat ook ruimte geeft aan en investeert in jonge mensen.
17. Een stadsdeelgebonden opvangstelsel inrichten voor jongeren die het minder makkelijk zelf redden en die zijn aangewezen op een helpende hand. Voorkomen is beter dan genezen: een goed jongerenbeleid is betrokkenheid, menselijke maat, respect en verantwoordelijkheid.
Mensen en instanties zoals de consultatiebureaus, de schoolartsen, de gezinscoach, leerplichtambtenaren, de ketenunit van Justitie en het Bureau Jeugdzorg dienen in een samenhangende keten voor jongeren klaar te staan.
18. Dwang- en drang door de gemeente bij dak- en thuislozen met een opeenstapeling van problemen. De uitkering van de verslaafde moet worden verstrekt in de vorm van een bed, brood en bad.
19. Intensieve (gezins)begeleiding van probleemgezinnen, waarbij vrijblijvendheid geen optie is. De verschillende instellingen (woningcorporaties, schuldhulpverleners) zullen daarin veel beter met elkaar moeten samenwerken. Per gezin één gezinscoach die aanspreekpunt is voor het gezin.
20. Probleemgezinnen die stelselmatig de wet overtreden en overlast veroorzaken, waarbij gedragsverandering uitblijft, wordt huisuitplaatsing voor korte of langere tijd opgelegd. De gemeente zorgt daarbij voor alternatieve woonruimte. De directe leefomgeving mag niet langer worden opgezadeld met dit soort problematiek die er zelfs toe kan leiden dat een buurt als geheel verloedert.
21. Eigen initiatieven van Amsterdammers die sociale samenhang in de stad bevorderen kunnen rekenen op gemeentelijke ondersteuning. Bijvoorbeeld door inzet van het buurtbudget en ondersteuning van een initiatief als ‘Hallo Buuf’. Hierbij krijgen buurtbewoners zonder rompslomp financiering om een activiteit te organiseren.
22. De Zeeburgers die niet tot nauwelijks Nederlands spreken krijgen een taaltraject aangeboden. Dit is verplicht voor mensen die in een uitkeringspositie zitten.
23. Voor ouderen die in staat zijn om zelfstandig te kunnen functioneren maar toch een beroep moeten doen op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning zal dit via een wijkgerichte aanpak moeten geschieden. Zorgvoorzieningen (zoals een rolstoel) worden op deze wijze sneller geleverd.
24. Jongeren kansen bieden, hun talenten stimuleren. En ook ‘met’ in plaats van ‘over’ jongeren praten, bijvoorbeeld door de instelling van een jongerenplatform zoals in Geuzenveld is gebeurd of door eigen initiatief van jongeren actief te ondersteunen. Investeren in jeugd, in jongeren, is immers investeren in de toekomst.
4. NATUUR EN MILIEU
De problematiek
De luchtvervuiling vormt een directe bedreiging van de volksgezondheid. Honderden Amsterdammers overlijden vroegtijdig aan de gevolgen van de luchtvervuiling. Duizenden Amsterdammers hebben door deze vervuiling acute gezondheidsklachten. Echter, luchtvervuiling is een grensoverschrijdend probleem. Sterker, de meeste luchtvervuiling komt vanuit het buitenland. Het CDA ziet dan ook de belangrijkste rol weggelegd voor Den Haag. Dat neemt niet weg dat Amsterdam zelf ook actief dient mee te werken aan een schoner milieu. Hierbij zijn pijnlijke keuzes onvermijdelijk, waarbij vooral het verkeer als grootste vervuiler moet worden teruggedrongen.
Groen voor stenen is het uitgangspunt. Het CDA wil dat Amsterdam een groene uitstraling krijgt. Dit is goed voor onze gezondheid, goed voor het milieu (CO2-opslag, waterafvoer), goed voor het imago van de stad en goed voor het groene bewustzijn van de Amsterdammers.
Wat wil het CDA?
1. Instandhouden van de ecologische hoofdgroenstructuur en meer geld vrijmaken voor het groen in de stad (uitbreiding groenfonds).
2. Zorgen dat er voldoende openbare ruimte blijft voor sport-, water- en groenvoorzieningen.
3. Bij nieuwe projecten geen openbaar groen meer gebruiken voor bebouwing zonder dat er elders op het grondgebied van de gemeente compensatie is gevonden.
4. Grote infrastructurele projecten en het parkeerbeleid beoordelen op hun mogelijkheden om de luchtvervuiling door het verkeer, de grootste vervuiler, terug te dringen.
5. Bij de planontwikkeling van de openbare ruimte maximale aandacht geven aan de vergroening van de stad. Bijvoorbeeld minder stoepsteen en meer groen van bomen, geveltuinen en ecologische wateroevers.
6. Bij een mogelijke IJmeerverbinding tussen Almere en Amsterdam inzetten op een onderdoorgang. Een weg over het IJmeer moet uitgesloten worden.
7. Alle gemeentelijke vervoermiddelen uitrusten met roetfilters, en bedrijven actief benaderen om deze ook op hun vrachtwagens te plaatsen.
8. Zorgen dat op de hele A10 tijdens de spitsuren 80 km/uur wordt gereden.
9. Alle OV-bussen uiterlijk in 2010 op gas laten rijden..
10. Meer maatregelen nemen zodat de stad schoner wordt en dit jaarlijks meten.
11. De Amsterdamse natuur en het Amsterdamse milieu vragen, naast regelgeving en handhaving, van alle Amsterdammers daadwerkelijke actieve steun voor het dragen van de gevolgen van de ingrijpende maatregelen tegen milieuvervuiling. Het gaat immers om verbetering van de volksgezondheid en de leefbaarheid. Dit is in ieders belang.
12. Van burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijfleven wordt gevraagd om een aantoonbare inzet binnen hun eigen terrein om de stad schoon en heel te houden.
13. Stad en Stadsdelen geven het voorbeeld als het gaat om duurzaam werken, duurzaam bouwen en duurzaam inkopen. Van alle Zeeburgers mag vervolgens worden verwacht dat zij dit voorbeeld volgen door zelf ook een actieve bijdrage te leveren.
14. Permanente voorlichting en communicatie met de burgers om ons van hun steun en bijdrage te verzekeren.
15. Duurzaamheidsbeleid dat vorm krijgt via concrete maatregelen in andere programma’s, zoals in de programma’s wonen, werken, onderwijs en mobiliteit.
16. Een actieplan om de luchtvervuiling tegen te gaan.
17. Een actief beleid met betrekking tot de uitbreiding van voorzieningen voor alternatieve brandstoffen, zoals biobrandstof en aardgas, bij tankstations.
5. WONEN
De problematiek
Veel gezinnen, die het CDA juist voor de stad wil behouden, trekken weg uit Amsterdam. Dit komt doordat 60% van de woningen in Amsterdam (kleine) sociale huurwoningen zijn. Teveel Amsterdammers zitten daarom in deze kleine woningen en zij en anderen maken een keuze voor Almere, Purmerend of Amstelveen. Hierdoor is de stad ook in zijn bevolkingssamenstelling steeds eenzijdiger in opbouw aan het worden met een concentratie van problemen. Bovendien wordt een groot aantal sociale huurwoningen bewoond door mensen die daar geen recht op hebben, maar bij gebrek aan een alternatief niet kunnen verhuizen. Hierdoor raakt de woningmarkt als geheel verstopt.
In de Indische Buurt moet het huidige percentage sociale huurwoningen (85%) fors omlaag. Daartegenover staat dat een minimum van sociale huurwoningen (20 a 30%) gewaarborgd en gerealiseerd moet worden in de nieuwe en duurdere wijken.
Op het gebied van wonen en stadsontwikkeling heeft de overheid veel invloed. Niet alleen in wat wordt gebouwd maar ook hoe wordt gebouwd. Duurzame stadsontwikkeling en duurzaam bouwen dienen hierbij het uitgangspunt te zijn.
Huizen alleen, maken niet de stad. De stad moet een balans vinden tussen voldoende werkgelegenheid, recreatie, onderwijs, (winkel)voorzieningen en groen. Op IJburg en in het Oostelijk Havengebied moet daarom gewerkt worden aan een groter winkelaanbod
Wat wil het CDA?
1. Meer benutting van de koopvorm Maatschappelijk gebonden eigendom. 500 in de periode 2006-2010.
2. Terughoudend in verkoop van woningen die qua huurprijs schaars zijn op wijkniveau. Als streefpercentage 30% sociale huur op IJburg.
3. Woningen waar qua typologie en doelgroep een overschot van bestaat op wijkniveau, mogen worden verkocht om een mix te realiseren van huur en koop. Als streefpercentage 55% sociale huur in de Indische Buurt.
4. Nieuwbouw in de Indische Buurt: maximaal bestaand uit 20% sociale huurwoningen.
5. Woningen kleiner dan 35m2 worden bestemd voor jongeren- en studentenhuisvesting.
6. Inzetten op het bouwen van grotere (4-kamer) woningen.
7. Waar mogelijk moeten mensen de eigen (nieuwbouw)woning kunnen bouwen en indelen.
8. In kaart brengen wat er in de woonomgeving aanwezig is en wat er ontbreekt, ten behoeve van een programma ‘maatschappelijke investeringen’.
9. Vereenvoudiging van de regelgeving voor het samenvoegen van twee sociale huurwoningen tot een nieuw gerenoveerd appartement.
10. Vereenvoudiging van woningbouwprocedures.
11. Extra middelen voor structurele controle van alle sociale huurwoningen in Amsterdam op misbruik door bijvoorbeeld onderverhuur (uitbreiding actie zoeklicht).
12. Afstemming van de huursom op het inkomen van de huurder.
13. Bouwen en renoveren van woningen geschiedt met duurzame materialen. Zo levert Amsterdam een bijdrage aan het terugdringen van ondermeer het broeikaseffect en behoud van de regenwouden.
14. Een verbod op gebruik van niet gecertificeerd tropisch hardhout in de bouw in Amsterdam.
15. Het stimuleren van warmte/koudeopslag bij nieuwbouw, om het energieverbruik te laten dalen.
16. Bestrijding van schadelijke effecten van luchtvervuiling op het woon- en leefklimaat.
6. WERKEN EN MOBILITEIT
De problematiek
De Amsterdamse samenleving ondervindt momenteel de effecten van economische teruggang, afnemende concurrentiekracht, verminderde bereikbaarheid, een minder vestigingsklimaat en het MKB dat onder druk staat. En dat terwijl Amsterdam als stad een enorme kracht en (potentiële) aantrekkingskracht heeft en kan uitoefenen.
Werkgelegenheid, economische groei en mobiliteit zijn steeds minder een vanzelfsprekendheid. Juist economische ontwikkeling binnen sociaal-maatschappelijke en ecologische randvoorwaarden vragen om een steeds duidelijkere visie en ondersteuning door de gemeente.
Werkeloosheid in met name de Indische Buurt is een probleem waar Zeeburg zich hard voor moet maken. Uit cijfers blijkt dat vooral allochtone jongeren moeite hebben met het vinden van een baan. Het ontbreken van diploma’s is hier debet aan, maar er lijkt ook sprake te zijn van discriminatie. Zeeburg moet zich dan ook inzetten voor stage- en werkplekken bij overheid en in het bedrijfsleven.
Wat wil het CDA?
1. Stimulering van (kleinschalige) bedrijvengebouwen en –ruimtes voor startende en/of kleine ondernemers. Bijvoorbeeld door ruimte voor bedrijvigheid in de wijken, functiemenging, een ondernemersloket (onlangs opgestart) en accountmanagers voor groeibedrijven. Voortzetting van het buurtmanagementproject in de Indische Buurt om een gevarieerd winkelaanbod te realiseren.
2. Bedrijven actief betrekken als sponsor van cultuurinstellingen.
3. Behouden van de middenstand door onder meer bereikbaarheid, parkeerbeleid en goedkope vierkante meters voor starters.
4. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bevorderen door bijvoorbeeld werkgevers en ondernemers te vragen bij te dragen aan Brede Schoolontwikkelingen.
5. Zorgen voor genoeg stageplaatsen bij de gemeente en bij bedrijven.
6. Alle stations en bushaltes schoon, heel en veilig maken.
7. De Indische Buurt betrekken in de OV-zone Centrum.
8. Bij het openbaar vervoer in geval van vervanging en aanbesteding van voertuigen ‘uitstootvrij’ opnemen in de voorwaarden.
9. Maximale integratie van werken met wonen en recreëren, om onnodige mobiliteit tegen te gaan.
10. Parkeertarieven op straat niet verder verhogen. Parkeerbeleid is een beheersbeleid.
11. Afstemmen van bouwprojecten om een opeenstapeling van overlast en opstoppingen te vermijden. Hierbij dient de verkeersveiligheid goed geregeld te worden.
12. Om de vrijwilligers zelf hun werk te laten doen: fiscale tegemoetkoming, vergemakkelijken van de ‘papierwinkel’, vergoeding van kinderopvang en parkeerontheffing mogelijk maken.
13. OV-verbod vaststellen voor hardnekkige overlastgevers.
14. Voordeligere parkeervoorzieningen creëren voor schone auto’s en schoon vrachtverkeer.
15. Daar waar nodig ondergronds en inpandig parkeren stimuleren om de parkeerdruk op straat enigszins op te vangen.
16. Op IJburg uitzien naar extra parkeermogelijkheden.
17. De ontsluiting van IJburg moet snel ter hand worden genomen. Er is nu al sprake van kleine files.
18. Actieve fraudebestrijding bij sociale regelingen, waarbij maximaal wordt ingezet op terugvordering.
19. Parkeerheffingen en bestuurlijke parkeerboetes komen ten goede aan beleid ter voorkoming van onnodige mobiliteit, verbetering van duurzame mobiliteit, ondergrondse parkeergarage’s en preventie en herstel van milieuschade.
20. Voorop in het beleid staat ‘Amsterdam als Kennisstad’ en het geven van ruimte aan particulieren, organisaties en instellingen op die terreinen. De gemeente moet binnen het kennisbeleidsveld investeren in zes gebieden: onderwijs, financiële en zakelijke dienstverlening, ICT en transport, toerisme en cultuur, (bio)medisch onderzoek en de creatieve stad.
21. Een activerend werkgelegenheidsbeleid voeren met sociale activering als de sleutel tot maatschappelijke participatie en wederzijdse integratie. Dit kan door middel van verplichte bijscholing en sollicitatiecursussen. De sociale zekerheid moet gericht zijn op participatie van een ieder, zodat ook armoede niet van generatie op generatie wordt doorgegeven.
In het bijzonder voor kansloze jongeren wordt actief werkgelegenheid bevorderd.
22. Verbetering van de klantvriendelijkheid en zorgvuldigheid van de Dienst Werk en Inkomen (de voormalige Sociale Dienst).
23. Streven dat iedereen in de stad aan vrijwilligerswerk doet, en onderzoeken hoe dat potentiële massale aanbod afgestemd kan worden op de vraag.
24. Voor bijstandsgerechtigden is, indien men dat niet al doet, vrijwilligerswerk gericht op een betere uitgangspositie voor betaald werk gedurende een minimum aantal uren per week verplicht. Bijvoorbeeld door inpassing in gezamenlijke trajecten vanuit de Wet Werk en Bijstand en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, en/of aansluitende leer-werktrajecten.
[1] Dit verkiezingsprogramma is gebaseerd op het programma van CDA-Amsterdam.